Uit aantekeningen van Ds. J. Sprey, uit het boek (zie vootnoot) gekregen van mevr. D.E.M. Kolk-Spreij dochter van verzameld door H. de Roo en bewerkt door C. de Groot en E. Jager
DE HERVORMDE GEMEENTE VAN HELMOND
In de kritieke jaren van Hagenpreken en Beeldenstorm 1565, 1566 en 1567 horen we voor het eerst, dat er Hervormingsgezinden te Helmond woonachtig zijn.
Op het Binderseind hield de eerste Helmondse predikant, Jan Matthijssen, die een dozijn aanhangers had en de zoon was van een boekverkoper uit den Bosch op een zomeravond voor het gasthuis in het openbaar een preek: een vermaninghe of sermoen van Calvinus.
Hij verkocht na afloop ketterse boeken aan zijn toehoorders.
Hij werd bij zijn werk geholpen door de voorman der Helmondse hervormden., Hubert van Asten.
Hij heeft zijn daden met de dood moeten bekopen. Op 27 Januari 1567 werden Ds. Mattijssen en zijn helper Hubert op de Postelse heide met den koorde gejustitieerd, zoals dat heette; zij werden beiden opgehangen.
De jonge Helmondse Gemeente, die we even, plotseling in het licht der historie zien verschijnen, wordt in één slag verpletterd.Als de tachtigjarige oorlog begint, is het weer doodstil in de Meierij , ook uit Eindhoven en den Bosch worden de Hervormden verdreven.
Na de vrede van Munster wordt in het jaar 1650 de eigenlijke Hervormde Gemeente van Helmond gesticht en wordt Cornelius Kost - meer bekend onder de naam van Ds. Costius - uit Almen bij Zutfen te Helmond beroepen.
De St. Lambertuskerk, de oude parochiekerk van Helmond, werd hem ter beschikking gesteld en hij betrok de oude pastorie op de markt.Het schijnt, dat deze Ds. Costius een man geweest is van grote invloed, al viel er op zijn levenswandel nogal veel aan te merken.
De archieven te Helmond vertellen, dat hij eens - dronken van Mierlo komende - als een beest op een kar lag seer bespoegen synde en dat hij op een andere dag dronken in de brandnetelen en de goote viel en dan thuiskomende zijn vrouw tracteert met bijten, nijpen, ende slaan zodat op straat geroepen werd Laet ons den beer gaan jaegen, den predicant heeft syn Wijf geslagen.
Als dan Ds. Costius door de Classis over zijn ergerlijke gedrag wordt vermaand, antwoordt hij met de woorden uit Psalm 22 Veel honden hebben mij omringd.Zo is het beeld, dat ons voor ogen komt van de hervormde Gemeente te Helmond niet fraai, maar gelukkig was er toch een goede kern.
In 1678 overleed Ds. Costius en wordt hij opgevolgd door zijn zoon Jan Costius, predikant van Son en Breugel, wiens levenswandel nog erger schijnt geweest te zijn en op 7 December 1682 wordt hij gedwongen met vervroegd emeritaat heen te gaan.
Wij lezen over dit besluit: Op de requeste van t Classis van Peel en Kempenland ende die van den Kerckenraedt te Helmond is na deliberatie goet gevonden mitsdezen te accorderen tot onderhoudt van den predicant Costius jaerlycx de somme van driehondert en vijftig gulden, aenvanch nemende met den eersten Januari 1683. Ende wordt den Kerkckenraedt voornoemt mitsdesen geauthoriseert omme te procedeeren tot het beroep van een ander predicant, mits blijvende binnen de predicanten van de Meierye van den Bosch.Uit een opgemaakt twaalf- zes- en drietal wordt dan beroepen Ds. Joh. à Brouckhuysen, predikant te Veghel, die dan 80 jaar oud is.
Vanaf 1648 had hij de Gemeente te Veghel gediend en hij brengt zijn attestatie mede, dat getuigt van de liefde en de achting, die hij aldaar verworven had.
Zijn eerste werk hier was, orde op de administratie te stellen. Ds. à Brouckhuysen schafte een grote foliant aan het Kerckeboeck van Helmont, nog steeds het pronkstuk van het kerkelijk archief alhier.
Met zijn beverige maar toch karakteristieke schrift schreef hij op de eerste bladzijde: Laat alle dingen eerlijk ende met orden geschieden.Met de doopacten en de lijsten van lidmaten kwamen in dit boek de handelingen, of zoals dat heette, de acta des Kerkeraads en daaruit leest het weetgierige nageslacht hoe de bewerking van de verwilderde wijngaard des Heeren te Helmond werd ter hand genomen.
Een van de voornaamste middelen tot herstel van de Gereformeerde Gemeente van Helmond was de z.g. censura morum.
Vier keer per jaar werd het Heilig Avondmaal gevierd, waar alle leden der Gemeente aan deelnamen.
Echter werden ze tevoren allen aan huis bezocht en overwoog de Kerkeraad of ook iemand een ergerlijk lid van het lichaam van Christus bevonden werd. Hij, wiens leven niet vlekkeloos was geweest, werd vermaand zich ditmaal van het gebruik der H. Bondszegelen te onthouden. Dit is dan ook de oorzaak, dat zovele Kerkeraadsacta vol schandalen staan, waaruit helaas dikwijls door andersdenkenden profijt getrokken wordt.Met het optreden van Ds. Joh. à Brouckhuysen, die de eerste was van een rij waardige Helmondse predikanten, zien we de verhouding tot de Roomse bevolking beter worden.
Hij weet nog gedaan te krijgen, dat de vleesmarkt op Zondag verdwijnt.
Als hij 90 jaar oud geworden is, komt zijn kleinzoon Nathaniël Walraven hem als adjunct-predikant helpen en zo verbeterden de toestanden gaandeweg.De achttiende eeuw verloopt zonder grote schokken. De drie predikanten, die deze eeuw geheel vullen zijn: Ds. Walraven, Ds. Walkart en Ds. Scholten.
De kerk, die de Hervormden gebruikten was, zoals reeds gezegd, de
St. Lambertuskerk van Helmond, door de Roomsen noodgedwongen ontruimd.
In 1660 werd door een Bossche schrijnwerker, Dirck Van der Lith, voor fl 450,- een bank voor de schepenen geleverd en daarbij een nieuwe preekstoel, die thans nog in onze kerk staat.
In 1661 kwamen in de St. Lambertuskerk borden en rekken te hangen, waarop de tien geboden en het Onze Vader, er kwamen Bijbels in de banken, een doopbekken, en op de preekstoel een zandloper om de predikant aan de uiterste preektijd van één uur te herinneren.
In de aldus ingerichte kerk werd in de 17e eeuw des Zondags
tweemaal, maar bovendien op Woensdag, Vrijdag en Zaterdag dienst gehouden. Soms ook s avonds, nadat de kerk met kaarsen was verlicht.
In de diensten werd alleen gecollecteerd voor de Diaconie, de opbrengst werd ongeteld omgekeerd in een kist aan een paal onder de preekstoel, de z.g. armenstok, een inrichting, die in de kerk te Asten nog te zien is.
Armen waren er te Helmond weinig en het overschot werd gespaard en belegd en zo had de Diaconie van Helmond aan het eind van de 18e eeuw een bezit van f. 3600,- voor die tijden en vooral voor zon kleine Gemeente (60 zielen) een enorm kapitaal.
De bestuursaangelegenheden zijn verder eenvoudig, de Kerkeraad vult zichzelf aan en beroept de predikant, samen met drie uitgenodigde predikanten, na van de Staten-Generaal machtiging (handopening) ontvangen te hebben.
In het voor- en najaar bezocht de predikant met een ouderling de vergadering van de Eerw. Classis van Peel en Kempenland, beurtelings te Helmond en te Eindhoven gehouden.
Een enkele maal moeten zij zelfs de verre reis naar Zutfen, Arnhem of Nijmegen ondernemen, om daar op te treden als Gedeputeerden van de Classis op de Gelderse Synode, waar de Meierij op kerkelijk gebied onmondig, onder geplaatst was.Tot de beslommeringen van de Kerkeraad behoorde ook nog het examineren van de schoolmeester.
Een kerkvoogdij kende de Gemeente niet. Dat was een zaak van de provisoiren, een college, bestaande uit het stadsbestuur met de predikant.
Om voor het onderhoud der gebouwen te zorgen, benoemden de provisoiren twee kerkmeesters, die vaak Rooms waren.
Af en toe laaide de strijd met de Roomsen wat op. Zo was b.v. de oude pastorie op de markt in 1755 nog getuige geweest van een echte kwajongensstreek, waarover het Resolutieboek der stad Helmond het volgende zegt:
Met veel aandoeningen hebben mijne Heeren Burgemeesteren, Schepenen en Dekenen, Raad der stad Helmond vernomen, dat op Sondag 6 Juli 1755 in den hof onder het venster van de slaapkamer van den weleerwaarden Johannus Christoforus Walkart is bevonden dat op twee stenen lag opengeslagen een catecheseer- ofte vragenboek, waaruit de predicant gewoon is de Gereformeerde jeugd te onderwijzen en dat op dat boek was liggende een grootemenschenstront oft dreck, waarop een bloem gestoken stond.
De Heren van Raad vonden dit strekkende tot een groot affront en tot bespotting van den predikant en de Gereformeerde godsdienst.
Zij loofden een voor die tijd zeer hoge premie van fl. 100,- uit voor het aanbrengen van de dader, die echter nooit gevonden werd.Later komen dan de stormen van de Franse revolutietijd. In September 1794 wordt de hele Meierij overstroomd door de sansculotten en vele Hervormde magistraatspersonen vluchten.
In Helmond treedt een stadsbestuur op, dat door de bevolking gekozen wordt. Verkiezingsvergaderingen werden in de kerk gehouden, maar de meeste Hervormden hebben wegens verdachte Oranjegezindheid geen stemrecht.
De Protestanten moeten de St.Lambertuskerk aan de Roomsen
teruggeven, hoewel de Roomse Geestelijkheid weinig neiging gevoelt om de verwaarloosde kerk opnieuw te betrekken en hun goed onderhouden schuurkerk te verlaten. Tegen de zin van de geestelijkheid gebeurt dit toch en in 1798 krijgt de Gereformeerde Gemeente, die toen meer en meer Hervormde Gemeente genoemd werd, het verzoek om de kerk te verlaten.
Bij 2000 Roomsen en 60 Hervormden werd de St. Lambertuskerk de Roomsen toegewezen. Deze breken hun schuurkerk af uit vrees dat deze de Hervormden zal toegewezen worden en zo komt de Hervormde Gemeente zonder kerk.
De burgerlijke gemeente kocht het terrein, waar de schuurkerk gestaan had en zette daarop aan de kant van de Kerkstraat een brandspuithuis.
Ds. Scholten bood nu de middelkamer van zijn huis aan voor één jaar, om daar godsdienstoefeningen te houden, doch het zou tien jaar zo blijven.
De goedaardige Koning Lodewijk zou de uitkomst brengen.In 1808 zond de Kerkeraad een request in bij de Koning van de volgende inhoud:
Aan den Koning !
Sire !
Geevt met den diepsten eerbied te kennen, de Gereformeerde Gemeente der stad Helmond, departement Braband, dat zij zich in den jare 1800 door de tijdsomstandigheden heeft verplicht gezien hun kerkgebouw ten behoeve van de Roomsch-Catholyke gemeente, alhier te ontruimen.
Dat de predicant dezer gemeente bij het gemis van het gewoon locaal twee vertrekken van zijn woonhuis tot uytoeffening van onzen Godsdienst heeft aangeboden, waarvan de gemeente nu sedert agt jaren zich op eene allesints gebrekkige wijze heeft moeten behelpen, als zijnde dit locaal niet alleen voor onze aanzienlijke en dagelijks toenemende gemeente ten eenemaal ongeschikt maar ook veel te kleyn om de leden derzelve te kunnen bevatten.
Dat deze gemeente bij het vertrek of overlijden van onzen predicant lichtelijk in het geval zoude kunnen geraken van geheel en al verstoken te zijn van haren godsdienst te kunnen uytoeffenen.
Mits welke zoo keeren wij ons tot Uwe Majesteit eerbiediglijk verzoekende dat het Hoogst dezelve goedgunstig behagen mag in de behoefte van deze talrijke gemeente te voorzien, door aan dezelve, zooals zulks bij verscheidene gemeentens heeft plaats gehad, de noodige penningen te willen accorderen tot het bouwen van eene kerk, geevenredigt naar de grootte onzer Gemeente.
t Welk doende, etc. In April 1809 bezocht Z.M. de stad Helmond en op het kasteel kreeg ieder gelegenheid zijn belangen bij de Koning te bepleiten.
Daar was toen ook de hoogbejaarde Ds. Albert Scholten, om in een treffende toespraak de nood van zijn gemeente aan de Koning te klagen.
De Koning beloofde f. 6000. voor een kerk en droeg aan het Gemeentebestuur op, onmiddellijk een terrein aan te wijzen.
Men stelde voor het terrein van de voormalige Roomse schuurkerk. Zo zou de nieuwe kerk der Hervormden achter het brandspuithuis komen, maar de Koning gaf het Gemeentebestuur last, om het Spuythuis naar de Wiel te verplaatsen , zodat de kerk aan de Kerkstraat zou komen.Het Spuythuis werd later als kosterswoning door de heer J.A. Carp (enige jaren geleden overleden) aan de kerk geschonken.
Van de nieuwe kerk weten we alleen door een plattegrond, dat ze rechthoekig van vorm was. De kerk werd voor 6255 gulden gebouwd en op 25 Augustus 1811 plechtig ingewijd.
De oude preekstoel werd toen van het Gemeentebestuur overgenomen en een paar jaar later kwam er een klein orgel in de kerk.Het was de nog jonge Carel Frederik Wesselman, die in deze jaren veel goeds voor de Gemeente tot stand bracht.
Intussen werd in 1804 de Gemeente uitgebreid door de combinatie met de kleine Hervormde Gemeente van Aarle, waar ook Beek en Lieshout bijhoorden, waarbij bepaald werd, dat de Helmondse Kerkeraad uitgebreid werd met één ouderling, als vertegenwoordiger van Aarle en de predikant van Helmond werd verplicht iedere drie weken een middagdienst in Aarle te houden.In 1822 overleed Ds. Albert Scholten, die de Gemeente 43 jaar had gediend, waarna een langdurige vacature begon.
In 1827 gaf Koning Willem I aan de Hervormde Gemeente een subsidie van f. 2800,- voor de bouw van een eigen pastorie.
Op de Wiel, waar nu het hoge fabrieksgebouw van de N.V. P.F. van Vlissingen & Co s Katoenfabrieken staat, werd door de kerkvoogd de Jong (de stamvader van de familie te Beek en Donk) de pastorie gebouwd.In April 1828 nam de naar Helmond beroepen predikant Ds. J.P. Endtz uit Wamel dit beroep aan en in April van dat jaar verbond hij zich aan onze Gemeente.
De uitbreidende industrie gaf aanwas aan de Gemeente en de nauwgezette arbeid van Ds. Endtz liet zijn invloed gevoelen.
De afscheiding, die elders de kerk in rep en roer bracht, ging aan Helmond ongemerkt voorbij.In 1845 werd besloten tot afbraak van de bestaande kerken te Helmond en Aarle, die dreigden in te storten.
De geldmiddelen voor de kerk van Aarle werden gevonden door het verkopen van grootboeksinschrijvingen van het Aarlese kerkfonds.
Voor Helmond gaven Rijk en Synode elk f. 3250,-. Ds. Endtz kreeg uit andere Gemeenten een bedrag van f.1000.- bijeen. De nog ontbrekende f. 6500,- werden door de Helmondse Gemeente van 156 zielen, waarvan 98 lidmaten, bijeen gebracht. De opofferingsgezindheid moet ons wel met diep respect vervullen.In 1847 komen de plannen tot stand.
Op 6 Augustus 1848 wordt de kerk te Aarle, op 24 September 1848 die te Helmond door Ds. Endtz ingewijd.De Gemeente schonk bij die gelegenheid haar predikant een zilveren herinneringsbeker, die door een nazaat van Ds. Endtz aan de kerk werd teruggegeven en die nu nog wel eens in het kleine kastje in de kerk prijkt.
In 1864 kreeg de Gemeente een eigen begraafplaats aan de Deurneseweg met opzichterswoning.
In 1867 ging Ds. Endtz met emeritaat en werd later te Helmond begraven.
Ds. Lakerveld volgde hem op, die zich door zijn persoonlijke en ambtelijke kwaliteiten zeer geliefd wist te maken.In 1873 besluit de Kerkeraad het beheer over te dragen aan een Commissie voor kerkelijke administratie, onze latere kerkvoogdij.
In 1887 komt de doleantie ook te Helmond.
Enige rechtzinnige leden scheiden zich af en zij waren de eerste leden van de Gereformeerde Gemeente, die een kerkje stichtten op den Heuvel.In 1897 nam Ds. Lakerveld afscheid, slechts met grote weemoed liet de Gemeente de beminde grijsaard gaan. In hetzelfde jaar werd het harmonium, dat in de kerk te Helmond werd gebruikt, naar Aarle gebracht en kreeg de Helmondse Gemeente haar prachtig kerkorgel, waarop hrt met recht zo trots is.
In 1906 werd wegens industriële uitbreiding de pastorie zeer voordelig van de hand gedaan en werd een nieuwe gebouwd in een der villawijken van de stad, die thans nog in gebruik is.
Een catechisatielokaal is aan de pastorie verbonden.De drie volgende predikanten waren: Ds. de Jager Meezenbroek, Ds. van den Bergh van Eysinga en Ds. A.R. de Jong.
Zij waren mannen van grote geleerdheid en de laatste onderscheidde zich door bijzondere kanselgaven.
Als pastor was Ds. v.d. Bergh van Eysinga zeer gezien en tijdens zijn verblijf nam de opkomst in de kerk zeer toe.De politieke houding van Ds. de Jong, die na de oorlog van 1914-1918 verbannen werd boven de Moerdijk, is misschien mede oorzaak geworden, dat de vrijzinnige Kerkeraad met algemene stemmen Ds. Pelinck Ter Haseborg van Helenaveen naar Helmond beriep.
In 1920 deed Ds. Pelinck zijn intrede en zijn komst was een verademing voor de in feite rechtzinnige Gemeente van Helmond.
Tijdens zijn verblijf onderging de kerk een grondige restauratie en werd de Commissie voor Kerkelijke Administratie Kerkvoogdij, die -toen zij de financiële verantwoordelijkheid niet langer op zich dorst te nemen- de hoofdelijke omslag in Helmond invoerde.
Na zijn afscheid in 1943 vestigde Ds. Pelinck zich te Beek en Donk, waar hij thans nog woont.In de bewogen oorlogsjaren kwam Ds. J. Sprey uit Gulpen tot ons in Maart 1944.
Reeds dadelijk bij zijn komst toonde de Gemeente grote belangstelling voor zijn evangelieverkondiging en de laatste jaren zijn er weinig ledige plaatsen in de kerk, die aan 180 mensen een zitplaats biedt.
Bij bijzondere gelegenheden kan dit aantal tot 250 worden uitgebreid door het aanbrengen van stoelen.
Opmerkelijk is ook in de laatste twee jaar het groot aantal deelnemers aan de bediening van het Heilig Avondmaal.Moge onze Hervormde Gemeente, onder de toegewijde leiding van Ds. Sprey, toenemen in geloof en in liefde en moge onze Heer hem bij voortduring blijven zegenen tot de arbeid, waarvoor hij in onze Gemeente geroepen werd.
Ds J. Spreij die van 1944 tot 1950 predikant was van de Hervormde Gemeente te Helmond.
Het boek is thans in het bezit van de prot. kerk. Het "Spreijboek", voorzien van vele foto"s is samengesteld en geschreven door de toenmalige pres. kerkvoogd dhr. L. Meloen (1889-1966).